Welkom op onze blog
Ontdek hier de nieuwste berichten en verhalen van Claybird. Laat je inspireren en leer meer over onze passies. We zijn blij dat je met ons meeleest!
Ome Joop
Ome Joop is er niet meer. Vorige week is hij in stilte overleden. Ondanks het verlies voor de familie een opluchting. Ome Joop was er al heel lang niet meer. De ziekte Alzheimer had hem al langzaam beetje bij beetje van ons weggevoerd. Ome Joop was de jongste broer van mijn vader, eigenlijk een nakomertje. Na een leven van hard werken op de binnenvaart kreeg hij eindelijk de tijd om zijn grote vogelpassie te starten. Aan boord had hij ook altijd een mooie kooi met vogels. Soms kanaries, dan weer zebravinkjes. Zo kon hij waar hij thuis geen gelegenheid toch nog een beetje van vogels genieten. Eenmaal met pensioen werd er een grote volière gebouwd en kweekte hij verschillende soorten exoten, maar ook inheemse soorten. Tentoonstellingen vond hij prachtig, maar dan wel als bezoeker. Naar mijn weten heeft hij nooit vogels ingestuurd, hoewel kwekers van naam bij hem over de vloer kwamen om vogels aan te schaffen. Ook ik werd door hem aangestoken en begon op jeugdige leeftijd met het kweken van Europese vogelsoorten. Samen wisselden we ervaringen uit, voorzagen elkaar en anderen van mooie kweekvogels en tijdens de vakanties was ome Joop er altijd om voor de vogels te zorgen. Vele jaren beleefde hij zijn hobby met veel plezier. Op een dag kwam hij heel emotioneel de tuin in. “slecht nieuws” zei hij, “we moeten gaan verhuizen, de knieën van tante Truus zijn kapot, ze mag geen trappen meer lopen en we moeten naar een service flat, geen volières meer dus” Hij leek ineens jaren ouder. “We kunnen de vogels hier toch samen gaan doen” opperde ik. “We doen nu al zo veel samen en het zou voor mij ook een hele opluchting zijn als ik naar mijn werk ben en er iemand met verstand voor de vogels zorgt”. Na nog een paar avonden praten hakte ome Joop de knoop door. “Ik doe het” zei hij. We specialiseerden ons bijna volledig op Europese vogels. Vooral groenlingen waren zijn favoriet. Ruim 5 jaar hadden we de vogels samen, totdat zich bij hem de eerste verschijnselen van Alzheimer openbaarden. Ook daarna kwam hij nog bijna iedere dag, soms zocht hij naar woorden, die maar geen vorm konden krijgen, dan was hij boos en verdrietig en zei “ik wordt gek in mijn kop” en sloeg met zijn hand op zijn voorhoofd. Toch had hij ook heldere momenten en konden we als vanouds over ons beider passie praten. Hokken schoonmaken op zaterdag was in het begin nog steeds een gezamenlijke activiteit. Met een beetje praten en sturen kwam alles dik voor elkaar. Tante Truus zei dat hij als hij thuis en zijn goede momenten had hij bijna alleen nog maar over vogels sprak. “Soms word ik er wel een beetje gek van” zei ze. De ziekte verergerde vrij snel, zodat hij niet meer zelfstandig naar ons toe kon komen. Een keer per week haalde ik hem op en zette hem op een makkelijke stoel voor de volière. Soms kon hij nog iets zinnigs zeggen, andere keren wees hij alleen maar met zijn hand en zei “die, die en die” Op een bepaald moment werd de taak van het verzorgen door tante Truus een te grote opgave. Met veel verdriet hebben we hem naar een verpleeghuis gebracht. Hij herkende niemand meer en sprak nog nauwelijks. Op een zaterdag was ik bij hem. Hij zat te dutten in een stoel, nog maar een schijntje van de stoere sterke vent die hij altijd was geweest. Tante Truus was er ook. Plotseling keek hij mij aan en zei “hoe zijn de groenbeesten?” We waren stomverbaasd. Het was de enige samenhangende zin die hij in weken had gezegd. Ik begon te vertellen over 3 nesten met jongen, dat ze goed werden gevoerd en dat er al 5 op uitvliegen stonden. Ome Joop had zich allang weer in zijn eigen wereldje teruggetrokken en keek langs ons heen naar buiten. Vijf weken laten nam hij definitief afscheid van het leven, werd gewoon ’s morgens niet meer wakker. Een mooie dood zeggen we dan. “Hoe zijn de groenbeesten” was het enige rationele dat hij nog had gezegd. We missen hem nog elke dag, maar zijn zo blij dat we zo’n fantastische oom hebben gehad.
Benieto
Ik ben al vele jaren een gepassioneerd vogelliefhebber. Naast het bestuderen en fotograferen van vogels in de natuur kweek ik zelf ook verschillende soorten Europese vogels in mijn buitenvolières.
Enige tijd geleden ontving ik een email van Ellen, een dame op leeftijd. Ze had mijn email adres op mijn website gevonden en ze maakte me deelgenoot van haar grote zorg. “Ik heb een groene kanarie. Hij heet Benieto. Hij zingt niet heel veel op het ogenblik. Wil alleen in de kooi. Gaat om half 6 slapen met het doek op de kooi. Ik zoek iemand die hem wil verzorgen, omdat ik niet lang heb te leven. Wilt u alstublieft contact met mij opnemen”. Ik heb haar teruggemaild dat het me speet dit te moeten horen en dat ik mijn best zou doen om een goed adres voor de vogel te vinden. Hij was al een keer door een familielid meegenomen en bij twee agaporniden in een kooi gezet. Dit bleek geen succes te zijn omdat de agaporniden de kanarie aanvielen. Snel heeft ze toen Benieto weer mee naar huis genomen. Een goed tehuis voor een “kamerkanarie” vinden valt niet mee. Veel contacten onder kanariekwekers heb ik ook niet. Er verstreken veertien dagen, waarin ik haar op de hoogte hield van mijn inspanningen en Ellen stuurde mij een email dat ze het erg waardeerde dat ik mijn best voor Benieto deed, maar dat de tijd drong. Ik heb haar meteen teruggeschreven dat als ik binnen een week geen adres had gevonden, ik de vogel zou komen ophalen en zelf voor Benieto zou gaan zorgen. Voordat de week om was zat er een nieuwe mail van Ellen in mijn postbus. “Hier nog van mij een berichtje over Benieto, de kanarie. Morgen ga ik overlijden dus is het kort dag. Mijn nicht wil hem wel meenemen. Ik merk wel dat het niet van harte gaat! Ik ben bang dat hij op marktplaats gaat komen. Ik heb wel eventueel het adres van mijn nicht. Ik vind het zo erg. Want ik vind dat je wel van dieren moet houden. Dank u wel, u heeft u best gedaan. Lieve groet Ellen” Helaas las ik mijn mail pas de volgende en ik kreeg het er warm van. Ik kon niets meer doen. Hoewel onbedoeld, voelde ik mij ernstig tekort geschoten dat ik mijn belofte niet heb kunnen waarmaken. Op het internet vond ik de rouwadvertentie en het condoleance register. Op de rouwkaart was ook een correspondentieadres vermeld. Na veel zoeken kwam ik in contact met de zoon van Ellen. Een paar weken later zijn we Benieto gaan ophalen. De kanarie werd gehuisvest in een gemengde volière waar ook putters en sijzen in verblijven. Het is geen jong baasje meer, maar toch heb ik er een popje bijgekocht, waar hij het uitstekend mee kan vinden. Het was wennen voor de vogel, want hij was uitsluitend op mensen gericht. Nu gaat het prima en heeft hij zich goed aangepast aan de andere vogels. Zo kan hij in nog een aantal jaren mee.
Het laat zien dat een hobby meerdere facetten kent en dat iemand ook intens kan genieten, en houden van, een gewone zangkanarie in een kooi in de huiskamer. In de weken dat ik met Ellen correspondeerde heb ik het gevoel gekregen met een warm persoon te maken te hebben, met een grote liefde voor haar Benieto. Gelukkig heb ik alsnog mijn belofte aan haar gestand kunnen doen. Ellen, Rust Zacht
John van der Jagt
Een boze droom
Het begon allemaal weer te kriebelen, het kweekseizoen nam zijn aanvang. De vogels zaten er strak bij. Ze keken helder uit hun oogjes en waren actief. Toch bekroop me een angstig gevoel. Zijn ze echt wel helemaal klaar voor de kweek? Bij mij in de buurt zit een in vogels gespecialiseerde dierenspeciaalzaak. Ik ben er als kind in huis. Toen ik mijn zorgen met Max (de eigenaar) deelde, legde hij zijn vinger langs zijn neus en trok een ernstig gezicht. “Weet je wat het is “ zei hij. “ We denken wel dat alles in orde is, maar vaak is dat toch niet zo,” vervolgde hij. “Je moet weten vogels in de natuur krijgen natuurlijk alles binnen wat ze nodig hebben, maar in gevangenschap ligt dat heel anders”. Ik hing aan zijn lippen. “Bedoel je dat mijn vogels dan iets te kort komen?” vroeg ik ontdaan. “Ja natuurlijk” zei hij. “in jouw volière zijn het geen ideale omstandigheden vergeleken met vogels in het wild”. De schrik sloeg me nu echt om het hart, ik zag een succesvol kweekseizoen al in rook opgaan. “Kom eens even mee” zei hij en hij liep naar de achterste schappen in de winkel. “Ik heb precies wat je nodig hebt, hier lees dit eens.” Hij gaf me een doosje met een potje erin. Multi-Vit voor de vogel stond er op. Het bevat 12 verschillende soorten vitaminen waaronder de voor vogels belangrijke vitamine A. Multi-Vit versnelt de rui, bevordert de conditie, geeft een gezonde en glanzende bevedering en vult tekorten aan die kunnen leiden tot vederpikken. “Dit is wat je nodig hebt”. “ En vervolgde hij, “ Heel goed te gebruiken met de probiotica, maar die geef je natuurlijk al” Nu schrok ik echt. “Probiotica, dat geef ik helemaal niet” stamelde ik. Meewarig keek Max mij aan en gaf me een potje. “Tja, als je dat niet hebt gegeven, dan zal de kweek ook maar zo zo zijn, hoe zit het eigenlijk met de mineralen huishouding bij de vogels?” “Hoe bedoel je dat”, vroeg ik.” Nou je weet toch wel hoe belangrijk de calcium fosforverhouding is”, zei hij. Snel pakte hij een grote pot van het schap. “Kijk dit product heeft alles wat een vogel nodig heeft, het bevat 32 bestanddelen, vitaminen, oligo-elementen, soja-eiwitten en plantenextracten en niet te vergeten de sporenelementen. Eindelijk ontmoette ik iemand die er echt verstand van had. “Dit is zo belangrijk”, zei Max. Als je darmtransitie goed is, dan komt dit product rechtstreeks ten goede aan de vogel”. Ik wist helemaal niet wat darmtransitie was, maar wilde me niet helemaal als een onbenul blootgeven. Max had dit door en met een vileine glimlach zei hij. “Je weet toch wel wat darmtransitie is” Eh ja zo’n beetje” zei ik. “Kijk, vervolgde hij’. ”Je kan wel alles aanbieden aan de vogel, maar als het niet door de darmen wordt opgenomen, heeft het helemaal geen zin. Dit is precies wat je nodig hebt”. Hij reikte me een potje aan. Niet goedkoop” zei hij, “Maar ja je wilt toch het beste voor je vogels. Dit middel behoudt het darmevenwicht van de vogel. Het reguleert de transit. Geeft de mest natuurlijke vastheid. Waarborgt een optimale pH-waarde tijdens de vertering. Geeft de darmslijmvliezen een beschermende film. Bevat prebiotica, stimuleert een goede darmflora.”, las ik op de bijsluiter. “Maar ik heb toch al prebiotica” zei ik. Nu keek Max me aan of hij water zag branden. “Nee joh, natuurlijk niet dat zijn probiotica, je weet toch wel het verschil tussen probiotica en prebiotica?”.
Ik deed er het zwijgen toe. Duidelijk was dat ik mijn vogels alle jaren ernstig te kort had gedaan. “Wat voor vogels heb je eigenlijk tegenwoordig?” vroeg Max. “Nou, goudvinken putters en barmsijzen”, zei ik. “Zijn ze goed op kleur?” vervolgde hij. “ Ja best wel”, zei ik. “Want anders kan je dit erbij geven”.
Op het potje stond onder andere “Doch twee unieke natuurlijke substanties geven het immuunsysteem hun "superlading". De eerste is het brilliant-blauwe proteïn Phycocyanin, alleen voorkomend in blauw-groene algen. Phycocyanin werkt als erythropoetin, (EPO). EPO is het hormoon dat het beenmerg reguleert bij de productie van witte bloedlichaampjes.” EPO dat kende ik wel, dat heeft Lance Armstrong ook de Tour de France laten winnen. “Doe het er maar bij”, zei ik. Het tasje was aardig gevuld.” Hoe geef ik al deze middelen?” , vroeg ik. “Gewoon door het eivoer” zei Max. “ Het mag niet door het water, maar ik neem aan dat je wel goed water aan je vogels geeft.”
“Ja “ zei ik “iedere dag vers”. “ Ja maar wat doe je er in, dat is belangrijk” zei Max. “Eeh.. niets” zei ik, “gewoon uit de kraan”. “Doe dit er dan maar bij” zei Max en overhandigde me een flesje. “Iedere dag 2 ml per liter water”. “ Ik geloof dat ik alles heb”, zei ik. Ik kreeg het al warm als ik er aan dacht dat mijn vrouw het bankoverzicht onder ogen kreeg. “Geen zaad vergeten?” vroeg Max. “Nee ik heb nog voldoende mengelingen staan” “Gebruik jij dan gewone mengelingen?” zei Max. “Ja, die heb je me zelf aanbevolen”. “Ja, die zijn wel ok, maar voeg je er dan geen Chiazaden aan toe?” Deze binden het twaalfvoudige van hun eigengewicht aan water. Bij stofwisselingstoornissen wordt snel de kwaliteit en samenstelling van de uitwerpselen verbeterd. Deze mucopolysacchariden vormen ook een soort slijmlaag op de darmwand zodat ziekte veroorzakende bacteriën weinig schade kunnen veroorzaken en het herstel van het darmslijmvlies bij darminfecties bevorderd wordt.” Dit is precies wat ik nog nodig had. Snel liep ik naar de kassa. “Hier dit is van het huis” zei Max en stopte een zakje trosgierst in mijn tas. Ik durfde niet naar het bedrag te kijken, maar tikte snel mijn pincode in. Thuisgekomen maakte ik een perfect eivoer. Alles wat mijn vogels nodig hadden zat er nu in. “Het zal snel een effect hebben” had Max nog gezegd. De volgende morgen ging ik vroeg naar mijn volières, benieuwd of er al iets te zien was aan de conditie van de vogels. Helse schrik……, twee goudvinkpoppen lagen dood op de grond. Was ik dan toch te laat begonnen met ze de juiste voedingssupplementen te geven? Ik kon wel janken. “Mijn mooiste eigen kweekpoppen!”, riep ik uit. Hard werd er aan mijn arm getrokken. “He joh hou eens op!” “Mijn vogels” riep ik. Toen werd ik klaarwakker. “Wat lig je toch te woelen en te praten in je slaap?” zei mijn vrouw. “Ik had een verschrikkelijke nachtmerrie”, stamelde ik. Langzaam kwam ik weer bij mijn positieven. Gelukkig, alles was gedroomd. Dit kon ook alleen maar een droom zijn. Niemand zou het in zijn hoofd halen om zo onverantwoord met zijn vogels om te gaan en ze vol te stoppen met middelen, waar waarschijnlijk alleen de commercie wel bij vaart……
Toch??????
De overval
Een blog geschreven in 201, toe er door Mevrouw Dijksma, de toenmalige minister van landbouw hard werd gewerkt om een positieflijst voor hobbydieren in te voeren
Drie uur in de nacht… Mijn vrouw werd als eerste wakker van ongebruikelijke geluiden bij ons in de straat. Ik slaap wat vaster. Nadat ze me had aangestoten en ik ook wakker werd, hoorde ik het ook. Ik wilde net naar het raam lopen om te kijken wat er aan de hand was, toen er aan de voordeur lang en krachtig werd gebeld.
“Wie kan dat nou zijn” zei mijn vrouw. Ze keek door het raam. “Er staan vier pantserwagens voor de deur… wat kan dat nou zijn”? Weer werd er hard gebeld en op de deur gebonkt. “Ga nou open doen joh”, zei ze, misschien is er wat ernstigs aan de hand. “Ik loop nog in mijn onderbroek hoor” antwoordde ik. Snel liep ik naar de kast om mijn ochtendjas te pakken. Het gebonk was nu heel luid en er werd buiten ook geschreeuwd. Ik haastte me de trap af, maar toen ik halverwege was, was er een oorverdovende klap van versplinterd hout en glas. Daarna nog één en halverwege de trap zag ik de voordeur met veel kabaal uit de scharnieren springen. Vanuit de stofwolken drongen drie soldaten in volledig oorlogstenue de woning binnen. Ze droegen automatische wapens met nachtkijkers en op hun helmen hadden ze laser apparatuur. Plotseling klonk er geschreeuw. “Liggen jij, op de grond. Handen op de rug.” Er scheen een rode laserpunt op mijn borst en in grote angst liet ik mij met mijn borst vooruit op de traptreden zakken. Een van de soldaten rende de trap op en duwde mij hardhandig naar de slaapkamer boven. Mijn vrouw stond te gillen van angst boven aan de trap “Laat mijn man los klojo, wat hebben jullie hier te zoeken”? Ik gebaarde haar om rustig te zijn, met deze mannen viel niet te spotten. Hardhandig werden mijn vrouw en ik op de grond gewerkt. Beiden gilde we het uit van de pijn toen onze polsen met tie-wraps op de rug bij elkaar werden gebonden. “Het moet een misverstand zijn” zei ik tegen mijn vrouw om haar gerust te stellen. “Kop dicht” zei de soldaat en maakte een dreigende beweging met zijn laars. “All clear” klonk het van beneden en ook op de zolderverdieping klonk hetzelfde bericht. De soldaten vatten post naast de slaapkamerdeur en vanuit het niets dook er plotseling nog een persoon op. Hij was duidelijk geen militair, klein van postuur, zwart dun snorretje met een lange zwarte leren jas en een grijze gleufhoed. “Jullie maken een grote fout”, zei ik. “Dit moet een vergissing zijn. Wij zijn geen criminelen of terroristen”. De man glimlachte. “Wij vinden van wel”, zei hij. Hij klopte op een map, die hij in zijn hand had. “Wij zijn hier vanwege een mogelijk delict tegen de Staat der Nederlanden. Wij hebben het recht het hele pand te doorzoeken.” Mijn angst had langzaam plaats gemaakt voor een enorme woede. Wat denken die lui wel. “Je gaat je gang maar”zei ik. “Maar weet wel dat dit voor jullie grote gevolgen zal hebben”. Weer glimlachte de man. “Objecten aangetroffen! klonk het triomfantelijk van boven”. De man draaide zich om op zijn hakken en liep de zoldertrap op”. “Daar zitten alleen maar vogels, idioot.” riep ik hem na. “Precies!”, klonk het van de zoldertrap. Na ongeveer tien minuten kwam de man weer terug. “Ik ga u beiden in hechtenis nemen” zei hij. Achter een verborgen nis hebben wij vogels aangetroffen die niet op de positieflijst voorkomen”.
“Verborgen nis, niks verborgen nis. Dat is een sluis, die voorkomt dat eventueel ontsnapte vogels niet de hele zolder door kunnen vliegen” schreeuwde ik. “Onverstoorbaar ging de man verder en tikte met zijn vinger op een lijst. “Wij hebben aangetroffen: twee koppels zebravinken, deze zijn inheems in Australië en mogen niet in gevangenschap worden gehouden, een koppel baardmannen, zij hebben als biotoop een moerasachtig gebied en zeker geen zolder. Drie koppels genetisch gemanipuleerde bruine sijzen en vijf koppels grote goudvinken, duidelijke hybriden van verschillende goudvinksoorten en dus een ernstige faunavervalsing en al deze vogels staan niet op de positieflijst van het ministerie. Triomfantelijk stak hij de lijst omhoog. “Zoek maar wat persoonlijke zaken bij elkaar, jullie zullen geruime tijd van de staat gaan leven”. Mijn vrouw begon hartverscheurend te huilen. “Dit hadden jullie eerder moeten bedenken” zei de man met een gemene lach op zijn gezicht. “Weg er mee” gebaarde hij naar de militairen die bij de deur stonden. “Maar de vogels dan?” zei ik. “Wie verzorgt die?”. “Die zullen worden afgemaakt” en hij gaf een knikje naar de andere militair die bij de deur stond, die zich naar boven spoedde. Mijn vrouw en ik keken elkaar nog eenmaal aan toen we in gescheiden busjes werden afgevoerd. Ik keek nog een keer om naar de straat waar wij 40 jaar gelukkig met elkaar hadden geleefd en toen werd alles zwart voor mijn ogen…..
Bovenstaand relaas van Manus Mus is natuurlijk een sterk overdreven gedramatiseerde persiflage op de actualiteit. Duidelijk is wel dat de hobby in gevaar is. Andere partijen willen graag wat van het succes en electoraat van de Partij voor de Dieren afsnoepen. Terwijl druk wordt gelobbyd en draagvlak wordt gezocht voor bijvoorbeeld de megastallen en misstanden in de bio-industrie nauwelijks structureel worden aangepakt, richten de pijlen zich wederom op mensen die het leuk vinden om dieren als hobby te houden en te verzorgen. Als straks, door nieuwe wetgeving, het aantal soorten hobbydieren, die mogen worden gehouden, zal worden ingeperkt, dan zal een deel zich weer terugtrekken in de illegaliteit, waardoor malafide handelaren weer vrij spel krijgen. Wij zijn dan weer terug bij de situatie van tientallen jaren geleden. Het woord deregulering is bij de huidige coalitie al lang uit de mode en wordt al geruime tijd niet meer gehoord. Het zijn juist de hobbydieren organisaties, zoals de vogelbonden en de speciaalclubs die een grote bijdrage leveren aan dierenwelzijn. Het jaar 2014 is maar net begonnen. Manus wenst mevrouw Sharon Dijksma heel veel wijsheid toe en vooral dat ze zich eens goed en kritisch zal verdiepen in de schijnargumenten die haar in ondeugdelijke rapporten zijn aangereikt.
Manus Mus
De buurjongen
Maandelijkse Mijmeringen van Manus Mus
De zaterdag is traditioneel een dag waarop de volières worden gekuist. Voerlaatjes met heet water en zeep wassen. Mest onder de zitstokken opruimen, enfin ik hoef u dit natuurlijk allemaal niet te vertellen. Eigenlijk is het gek dat ik dit nog steeds op zaterdag doe. Ik ben inmiddels al 5 jaar met pensioen, dus zou het elke dag in de week kunnen. Maar ja de mens is nu eenmaal een gewoonte dier. “Hallo buurman” klonk het vanachter het tuinhek, “ wat ben je aan het doen?” Onze buurjongen, Wouter, stond voor het hek. Wouter is zeven jaar en voor zijn leeftijd een heel slim ventje. “ Ik ben de volières aan het schoonmaken zei ik, kom je helpen?” Wouter trok een wijs gezicht en zei “ Mijn vader zegt dat vogels buiten horen te vliegen en niet in een kooitje.” Tja een heleboel stekeligheden flitsen dan door je hoofd. Zo van “Ja, dat vindt hij zeker ook van jullie rotkat, die de hele buurt tot overlast is”. Of ”misschien kan je vader zelf eens wat meer tijd buiten door brengen om bijvoorbeeld iets aan de gezamenlijke voortuin te doen. “ Maar je afreageren op zo’n mannetje is natuurlijk ongepast. Onze buren worden in de wijk “”de alternatievelingen” genoemd. Ze hechten niet aan materiële zaken. Hun huis is volgens gangbare begrippen een puinhoop. De tuin is een woestenij van alles wat er maar in wil groeien of gedumpt wordt en op zomerse dagen zie ik hem nog steeds in hetzelfde sportbroekje lopen dat we al 22 jaar kennen zo lang we buren zijn. De kat is inderdaad een crime, een ongecastreerde kater , die Jos heet maar door de wijk Hitler wordt genoemd, vanwege zijn zwarte snorretje en het zwarte driehoekje op zijn kop. Een buurvrouw, die voordat ze in de bus stapte om naar haar werk te gaan, nog snel een vuilniszak uit de tuin in de kliko gooide, moest halverwege de busreis rechtsomkeert maken omdat het sproeivocht van Hitler via de vuilniszak op haar kantooroutfit terecht was gekomen. De plaats naast haar bleef door de lucht die ze bij zich droeg leeg, dat wel. Wouter bleef me vragend aankijken, kennelijk vond hij wel dat ik een kans verdiende om mijn abjecte hobby nog enigszins te rechtvaardigen. “Ja” , zei ik ‘’ ik vind vogels in de natuur ook leuk, maar ik vind het ook leuk om vogels van dichtbij te kunnen zien, ze goed te verzorgen en te proberen jongen te krijgen. “Heb jij wel eens een nest met jonge vogels van dichtbij gezien?” vroeg ik. “Nee, dat niet” zei hij. “Nou kom dan eens kijken”. Even zag ik een aarzeling, misschien vond hij het toch een beetje verraad aan zijn vader. “OK “zei hij, en deed het tuinpoortje open. De eerste nesten met kruisbekken waren goed gevuld. Ik haalde een nestje tevoorschijn en liet het hem zien. “Oh, wat klein” zei hij. “”Mag ik ze aanraken?”. Nee dat liever niet”, zei ik. “Als ze wat groter zijn wel”. “” Zijn die vogels ziek?” zei hij en wees op de pop die het vanaf de zitstok gadesloeg en het allemaal maar niets vond. “Nee, hoe bedoel je?”, vroeg ik. “ Nou ze hebben toch een hele rare snavel” Ik legde uit dat dit een trucje was van de natuur om de zaden tussen de schubben van de dennenappels er makkelijk uit te kunnen halen. Ik had heel duidelijk zijn belangstelling gewekt en hij vroeg honderd uit. Ik moest ook alle namen zeggen van de vogels die in de kweekboxen zijn gehuisvest en hij probeerde ze te onthouden. “Als er van de andere vogels ook jongen zijn, mag ik dan nog eens komen kijken?” “Natuurlijk je mag altijd binnen komen als ik in de volières bezig ben, antwoordde ik. “”Wouter…”, klonk het vanaf de straat. “Opschieten je moet naar judo”. De buurvrouw stond voor de poort. “Ik moet weg “, zei Wouter “naar judo…”. Aan zijn gezicht te zien had hij nog wel even willen blijven. “Nou tot ziens dan” zei ik. Hij liep vlug het pad af naar zijn moeder. Halverwege kwam hij terug. “Wat mijn vader zegt over vogels in de vrije natuur is wel waar, maar ik denk dat ze het bij u eigenlijk net zo goed naar hun zin hebben. “ Mijn dag kon hierna niet meer stuk.
Toon Hermans
Maandelijkse Mijmeringen van Manus Mus
Vrijdagmorgen, heerlijk genietend van een kopje koffie. Mijn vrouw kwam de trap afgelopen "Heb je dat
gezien, er staat al een hele tijd een kerel aan het hek de tuin in te turen" De krakeling waar in net een
hap had uitgenomen schoot gedeeltelijk het verkeerde keelgat in. "Wat voor vent?" proestte ik. "Hoe
lang staat hij daar al?". "Een minuut of vijf" zei mijn vrouw. De vele berichten van vogeldiefstal flitsten
over mijn netvlies. Iemand die het allemaal op op zijn gemak staat te nemen om vervolgens 's nachts zijn
slag te kunnen slaan? Mooi niet, Ik maakte de schuifpui open en liep achterom het tuinpad op.......
Niemand te bekennen. Snel rende ik het tuinpad af om nog een glimp van de gluurder te kunnen zien.
Toen hoorde ik de bel. De man was naar voordeur gelopen en had aangebeld. Het was een rijzige
gestalte, compleet met lange beige regenjas en leren aktetas. Een beetje en vijftiger jaren outfit. Bij mijn
vader en moeder kwamen dit soort types regelmatig aan de deur voor het verkopen van encyclopedieën
en verzekeringen. Ik liep tot een meter achter hen en zei met barse stem "kan ik u ergens mee helpen?"
Even zag ik hem schrikken, maar hij herstelde zich snel. "Goede morgen", zei hij. "De naam is
Opdebeker". Meteen dacht ik "Die naam komt me heel bekend voor, niet echt een naam die je iedere
dag hoort. "Ik ben van de VWA", vervolgde hij. "Dan kunt u zich vast wel legitimeren", zei ik bijdehand.
Hij glimlachte schuchter en maakte het slot van de leren aktentas open. Hij haalde er een kalfsleren
mapje uit en klapte het open. Ik stak mijn hand uit om het aan te pakken. Hij aarzelde even, maar gaf
het toch uit handen. In een oogopslag had ik gezien dat dit helemaal echt was, maar nam toch de tijd
om het, quasi interessant, goed te bestuderen. "En, meneer Opdebeker, wat kan ik voor u doen?" zei ik.
"Ja" zei hij, "ik wilde even bij uw vogels kijken" "Gezellig" zei ik "er komen regelmatig vogelliefhebbers
over de vloer. "Ja" vervolgde hij, dit heeft toch iets van een officieel karakter. Ik zag dat hij er van genoot
iets van zijn autoriteit te herpakken. "Nou laten we dan maar omlopen", zei ik. "Een ding, ik ga beslist
geen vogels uitvangen, de meeste koppels zitten op eieren of hebben jongen.". "Nee hoor dat hoeft
niet" en hij klopte veelbetekenend op zijn aktetas. Bij de volières aangekomen besloot ik zelf geen enkel
initiatief te nemen en nam plaats op een tuinstoel. Opdebeker staarde de volières in. "Mooie vogels" zei
hij, "zien er goed en gezond uit". "Allemaal zelf gekweekt?". Even ging het door mijn hoofd om te zeggen
"ja en een paar gevangen", maar ik vermoedde dat dhr. Opdebeker niet echt gevoel voor humor had en
zei "de meeste zijn vogels uit eigen kweeklijnen, er zijn er een paar van bevriende kwekers. "Ik had graag
zelf een volière willen hebben" zei hij met een zucht. "Maar mijn vrouw kan er niet tegen, allergies, heel
jammer. Na een poosje staren in de volières draaide hij zich om. "Ik heb genoeg gezien, ik dank u voor
de gastvrijheid" ineens realiseerde ik me dat ik helemaal niet gastvrij was, in tegendeel zelfs. Die man
deed tenslotte alleen maar zijn werk. "Wilt u misschien een kopje koffie?" "Nou graag een andere keer,
ik heb nog een aantal andere afspraken" zei hij. "Kom gerust nog een keer langs, als u zin heeft" zei ik.
"Misschien een keertje niet officieel in functie, dan kunnen we misschien een keertje uitgebreider over
de vogels praten" "Dat zou leuk zijn" zei Opdebeker. "Ik ga er nu vandoor, bewaar wel de
bezitsontheffing van die twee ongeringde sijzen goed" Ik was met stomheid geslagen. Eerlijk gezegd had
ik geen hoge pet op van het inspectiebezoek. De twee ongeringde sijzen hadden zich de hele tijd achter
in de volière opgehouden. Zelf had ik ze helemaal niet gezien en inderdaad ik had een bezitsontheffing
voor deze vogels. Samen liepen we naar het tuinhek en schudden elkaar de hand. "Nou tot ziens dan
maar" zei ik. "Ja tot ziens" zei Opdebeker. Terwijl hij wegliep draaide hij zich nog een keer om. "Kweekt u
helemaal geen mussen?" Zei hij met een glimlach van oor tot oor. "Dat heb ik wel gedaan" zei ik
lachend, maar deze vogels zijn zo'n 30 en 35 jaar geleden al uitgevlogen en beiden zijn inmiddels goed
geringd. Hij stak zijn hand op bij wijze van groet en stapte in de auto. "dat was dhr. Opdebeker" zei ik
tegen mijn vrouw, die ik al een paar keer heel nieuwsgierig voor de schuifpui had zien staan.
"Opdebeker?" zei mijn vrouw "die van mevrouw Hak en loofhutjes van Toon Hermans?" Ineens wist ik
het weer, Opdebeker was een naam in de geweldige conference van Toon Hermans waar hij als
voorzitter van "Ons Genoegen" de namen van de nieuwe leden opnoemde. Mijn vrouw die dit soort
dingen beter kan onthouden, begon met een imitatiestem van Toon de namen op te noemen "mevrouw
Peper, mevrouw Zwaarmakers, mevrouw Opdebeke, mevrouw Stip, mevrouw Hak, mevrouw Loofhutjes
" etc. Samen proestten we het uit