Welkom op onze blog
Ontdek hier de nieuwste berichten en verhalen van Claybird. Laat je inspireren en leer meer over mijn passies. Ik ben vereerd dat je met me meeleest!
Discover here the newest blogs on Claybird and read more about my passions. I am delighted to see you here!
Ome Joop
Ome Joop is er niet meer. Vorige week is hij in stilte overleden. Ondanks het verlies voor de familie een opluchting. Ome Joop was er al heel lang niet meer. De ziekte Alzheimer had hem al langzaam beetje bij beetje van ons weggevoerd. Ome Joop was de jongste broer van mijn vader, eigenlijk een nakomertje. Na een leven van hard werken op de binnenvaart kreeg hij eindelijk de tijd om zijn grote vogelpassie te starten. Aan boord had hij ook altijd een mooie kooi met vogels. Soms kanaries, dan weer zebravinkjes. Zo kon hij waar hij thuis geen gelegenheid toch nog een beetje van vogels genieten. Eenmaal met pensioen werd er een grote volière gebouwd en kweekte hij verschillende soorten exoten, maar ook inheemse soorten. Tentoonstellingen vond hij prachtig, maar dan wel als bezoeker. Naar mijn weten heeft hij nooit vogels ingestuurd, hoewel kwekers van naam bij hem over de vloer kwamen om vogels aan te schaffen. Ook ik werd door hem aangestoken en begon op jeugdige leeftijd met het kweken van Europese vogelsoorten. Samen wisselden we ervaringen uit, voorzagen elkaar en anderen van mooie kweekvogels en tijdens de vakanties was ome Joop er altijd om voor de vogels te zorgen. Vele jaren beleefde hij zijn hobby met veel plezier. Op een dag kwam hij heel emotioneel de tuin in. “slecht nieuws” zei hij, “we moeten gaan verhuizen, de knieën van tante Truus zijn kapot, ze mag geen trappen meer lopen en we moeten naar een service flat, geen volières meer dus” Hij leek ineens jaren ouder. “We kunnen de vogels hier toch samen gaan doen” opperde ik. “We doen nu al zo veel samen en het zou voor mij ook een hele opluchting zijn als ik naar mijn werk ben en er iemand met verstand voor de vogels zorgt”. Na nog een paar avonden praten hakte ome Joop de knoop door. “Ik doe het” zei hij. We specialiseerden ons bijna volledig op Europese vogels. Vooral groenlingen waren zijn favoriet. Ruim 5 jaar hadden we de vogels samen, totdat zich bij hem de eerste verschijnselen van Alzheimer openbaarden. Ook daarna kwam hij nog bijna iedere dag, soms zocht hij naar woorden, die maar geen vorm konden krijgen, dan was hij boos en verdrietig en zei “ik wordt gek in mijn kop” en sloeg met zijn hand op zijn voorhoofd. Toch had hij ook heldere momenten en konden we als vanouds over ons beider passie praten. Hokken schoonmaken op zaterdag was in het begin nog steeds een gezamenlijke activiteit. Met een beetje praten en sturen kwam alles dik voor elkaar. Tante Truus zei dat hij als hij thuis en zijn goede momenten had hij bijna alleen nog maar over vogels sprak. “Soms word ik er wel een beetje gek van” zei ze. De ziekte verergerde vrij snel, zodat hij niet meer zelfstandig naar ons toe kon komen. Een keer per week haalde ik hem op en zette hem op een makkelijke stoel voor de volière. Soms kon hij nog iets zinnigs zeggen, andere keren wees hij alleen maar met zijn hand en zei “die, die en die” Op een bepaald moment werd de taak van het verzorgen door tante Truus een te grote opgave. Met veel verdriet hebben we hem naar een verpleeghuis gebracht. Hij herkende niemand meer en sprak nog nauwelijks. Op een zaterdag was ik bij hem. Hij zat te dutten in een stoel, nog maar een schijntje van de stoere sterke vent die hij altijd was geweest. Tante Truus was er ook. Plotseling keek hij mij aan en zei “hoe zijn de groenbeesten?” We waren stomverbaasd. Het was de enige samenhangende zin die hij in weken had gezegd. Ik begon te vertellen over 3 nesten met jongen, dat ze goed werden gevoerd en dat er al 5 op uitvliegen stonden. Ome Joop had zich allang weer in zijn eigen wereldje teruggetrokken en keek langs ons heen naar buiten. Vijf weken laten nam hij definitief afscheid van het leven, werd gewoon ’s morgens niet meer wakker. Een mooie dood zeggen we dan. “Hoe zijn de groenbeesten” was het enige rationele dat hij nog had gezegd. We missen hem nog elke dag, maar zijn zo blij dat we zo’n fantastische oom hebben gehad.
Uncle Joop
Last week, Uncle Joop passed away peacefully. Although his loss is deeply felt, there is also a sense of relief for the family. In many ways, Uncle Joop had been gone for a long time already. Alzheimer’s disease had gradually taken him away from us, little by little.
Uncle Joop was my father’s youngest brother, a bit of a late arrival in the family. After a lifetime of hard work on the inland shipping, he finally had the time to devote himself to his great passion for birds. Even when he was working on board his boat, he always had a beautiful cage with birds. Sometimes he kept canaries, other times zebra finches. It was a way of enjoying birds, even though he had no opportunity to keep them at home.
Once he retired, a large aviary was built, and he started to breed various species of exotic birds as well as native European. He loved bird shows, but preferred to attend as a visitor. As far as I know, he never showed any of his own birds, although well-known breeders regularly visited him to buy birds.
I caught the birdkeeping bug from him too and started breeding European bird species at a young age. We shared our experiences, supplied each other and other breeders with beautiful breeding birds, and during the holidays, Uncle Joop was always there to look after my birds.
For many years, he enjoyed his hobby with great passion. Then one day, he came into the garden looking very upset. “Bad news,” he said. “We have to move. Aunt Truus’s knees are worn out, she can no longer climb stairs, and we have to move into a sheltered apartment. That means no more aviaries.”
Suddenly, he seemed years older. “But why don’t we keep the birds together here?” I suggested. “We already do so much together, and it would be a huge relief for me too, knowing that when I’m at work, someone who really understands birds is looking after them.”
After a few more evenings of discussion, Uncle Joop made up his mind. “I’ll do it,” he said.
We began to specialise almost entirely in European bird species. Greenfinches were his particular favourites. We kept the birds together for more than five years, until the first signs of Alzheimer’s disease began to appear.
Even after that, he continued to visit almost every day. Sometimes he struggled to find the words he wanted to say. At other times, he became angry and upset, saying, “I’m going mad in my head,” while striking his forehead with his hand.
Yet he still had moments of clarity, when we could talk about our shared passion just as we always had.
Cleaning the aviaries together on Saturdays remained a regular activity in the early stages of his illness. With a little conversation and some gentle guidance, we could still get everything done properly. Aunt Truus told me that, when he was at home and having a good day, he talked about little else but birds. “Sometimes he drives me a little crazy with it,” she said.
His condition deteriorated quite rapidly, and eventually he could no longer make his way to our home independently. Once a week, I picked him up and settle him into a comfortable chair in front of the aviary.
Sometimes he could still say something meaningful. On other occasions, he would simply point at the birds and say, “That one, that one, and that one.” Eventually, caring for him became too much for Aunt Truus to manage on her own. With heavy hearts, we took him to a nursing home. By then, he no longer recognised anyone and hardly spoke at all.
One Saturday, I went to visit him. He was dozing in a chair, just a shadow of the strong, robust man he had always been. Aunt Truus was there too. Suddenly, he looked at me and asked: “How are the green beasts?” We were absolutely astonished. It was the only coherent sentence he had spoken in weeks.
I began telling him about three nests of chicks, explaining that the parents were feeding them well and that five young birds were already getting ready to fledge.
By then, Uncle Joop had retreated into his own little world again. He gazed past us, looking out of the window.
Five weeks later, he took his final leave of life. One morning, quite simply, he did not wake up. We call that a peaceful death.
“How are the green beasts?” Those were the last meaningful words he ever said.
We still miss him every day, but we feel so fortunate to have had such a wonderful uncle.
Benieto
Ik ben al vele jaren een gepassioneerd vogelliefhebber. Naast het bestuderen en fotograferen van vogels in de natuur kweek ik zelf ook verschillende soorten Europese vogels in mijn buitenvolières.
Enige tijd geleden ontving ik een email van Ellen, een dame op leeftijd. Ze had mijn email adres op mijn website gevonden en ze maakte me deelgenoot van haar grote zorg. “Ik heb een groene kanarie. Hij heet Benieto. Hij zingt niet heel veel op het ogenblik. Wil alleen in de kooi. Gaat om half 6 slapen met het doek op de kooi. Ik zoek iemand die hem wil verzorgen, omdat ik niet lang heb te leven. Wilt u alstublieft contact met mij opnemen”. Ik heb haar teruggemaild dat het me speet dit te moeten horen en dat ik mijn best zou doen om een goed adres voor de vogel te vinden. Hij was al een keer door een familielid meegenomen en bij twee agaporniden in een kooi gezet. Dit bleek geen succes te zijn omdat de agaporniden de kanarie aanvielen. Snel heeft ze toen Benieto weer mee naar huis genomen. Een goed tehuis voor een “kamerkanarie” vinden valt niet mee. Veel contacten onder kanariekwekers heb ik ook niet. Er verstreken veertien dagen, waarin ik haar op de hoogte hield van mijn inspanningen en Ellen stuurde mij een email dat ze het erg waardeerde dat ik mijn best voor Benieto deed, maar dat de tijd drong. Ik heb haar meteen teruggeschreven dat als ik binnen een week geen adres had gevonden, ik de vogel zou komen ophalen en zelf voor Benieto zou gaan zorgen. Voordat de week om was zat er een nieuwe mail van Ellen in mijn postbus. “Hier nog van mij een berichtje over Benieto, de kanarie. Morgen ga ik overlijden dus is het kort dag. Mijn nicht wil hem wel meenemen. Ik merk wel dat het niet van harte gaat! Ik ben bang dat hij op marktplaats gaat komen. Ik heb wel eventueel het adres van mijn nicht. Ik vind het zo erg. Want ik vind dat je wel van dieren moet houden. Dank u wel, u heeft u best gedaan. Lieve groet Ellen” Helaas las ik mijn mail pas de volgende en ik kreeg het er warm van. Ik kon niets meer doen. Hoewel onbedoeld, voelde ik mij ernstig tekort geschoten dat ik mijn belofte niet heb kunnen waarmaken. Op het internet vond ik de rouwadvertentie en het condoleance register. Op de rouwkaart was ook een correspondentieadres vermeld. Na veel zoeken kwam ik in contact met de zoon van Ellen. Een paar weken later zijn we Benieto gaan ophalen. De kanarie werd gehuisvest in een gemengde volière waar ook putters en sijzen in verblijven. Het is geen jong baasje meer, maar toch heb ik er een popje bijgekocht, waar hij het uitstekend mee kan vinden. Het was wennen voor de vogel, want hij was uitsluitend op mensen gericht. Nu gaat het prima en heeft hij zich goed aangepast aan de andere vogels. Zo kan hij in nog een aantal jaren mee.
Het laat zien dat een hobby meerdere facetten kent en dat iemand ook intens kan genieten, en houden van, een gewone zangkanarie in een kooi in de huiskamer. In de weken dat ik met Ellen correspondeerde heb ik het gevoel gekregen met een warm persoon te maken te hebben, met een grote liefde voor haar Benieto. Gelukkig heb ik alsnog mijn belofte aan haar gestand kunnen doen. Ellen, Rust Zacht
Benieto
For many years, I have been a passionate bird enthusiast. Besides studying and photographing birds in the wild, I also breed various species of European birds in my outdoor aviaries.
Some time ago, I received an email from Ellen, an elderly lady. She had found my email address on my website and wanted to share a great concern with me.
“I have a green canary. His name is Benieto. He hasn’t been singing very much lately. He only wants to stay in his cage. He goes to sleep at half past five, with the cage covered. I am looking for someone who would be willing to look after him because I do not have long to live. Would you please contact me?”
I replied, saying how sorry I was to hear this and that I would do my best to find a good home for her bird.
Benieto had already been taken away once by a family member and placed in a cage with two lovebirds. This did not work out, as the lovebirds attacked the canary. Ellen quickly took Benieto back home.
Finding a suitable home for a canary that has always lived indoors as a companion bird is not easy. I also have relatively few contacts among canary breeders.
Two weeks went by. During that time, I kept Ellen informed of my efforts. She emailed me to say how much she appreciated my trying to find a good home for Benieto, but that time was running out.
I immediately wrote back, promising that if I had not found a suitable home within a week, I would come and collect the bird myself and take care of Benieto.
Before that week was over, a new email from Ellen arrived in my inbox.
“Here is another little message from me about Benieto, the canary. Tomorrow I am going to die, so time is very short. My niece is willing to take him. I can tell she is not really keen on it! I am afraid he will end up being advertised for sale on Marktplaats [a Dutch online marketplace]. I can give you my niece’s address if necessary. I feel so terribly sad about it, because I believe that if you have animals, you should truly love them. Thank you very much. You have done your best.
Kind regards, Ellen”
Sadly, I did not read her email until the following day, and I felt a wave of shock and distress. There was nothing more I could do. Although it had been entirely unintentional, I felt that I had seriously let Ellen down by failing to keep my promise in time.
I found her death notice and online condolence register on the internet. The funeral announcement also included a correspondence address. After a great deal of searching, I eventually managed to get in touch with Ellen’s son.
A few weeks later, we went to collect Benieto.
At home the canary was settled into a mixed aviary, which is also home to European goldfinches and siskins. Benieto is no longer a young bird, but I nevertheless bought him a female companion, and the two of them got along wonderfully.
It took Benieto some time to adjust, as he had been accustomed exclusively to human company. After a while, however, everything was going well, and he has adapted well to life among the other birds. This should allow him to enjoy a few more years of life.
His story shows that our hobby has many different aspects. It also reminds us that someone can experience great joy and deep affection through an ordinary singing canary living in a cage in their living room.
During period I corresponded with Ellen, I came to feel that she was a warm and caring person with a tremendous love for her Benieto.
Thankfully, I was still able to fulfil my promise to her in the end.
Ellen, may you rest in peace.
Een boze droom
Het begon allemaal weer te kriebelen, het kweekseizoen nam zijn aanvang. De vogels zaten er strak bij. Ze keken helder uit hun oogjes en waren actief. Toch bekroop me een angstig gevoel. Zijn ze echt wel helemaal klaar voor de kweek? Bij mij in de buurt zit een in vogels gespecialiseerde dierenspeciaalzaak. Ik ben er als kind in huis. Toen ik mijn zorgen met Max (de eigenaar) deelde, legde hij zijn vinger langs zijn neus en trok een ernstig gezicht. “Weet je wat het is “ zei hij. “ We denken wel dat alles in orde is, maar vaak is dat toch niet zo,” vervolgde hij. “Je moet weten vogels in de natuur krijgen natuurlijk alles binnen wat ze nodig hebben, maar in gevangenschap ligt dat heel anders”. Ik hing aan zijn lippen. “Bedoel je dat mijn vogels dan iets te kort komen?” vroeg ik ontdaan. “Ja natuurlijk” zei hij. “in jouw volière zijn het geen ideale omstandigheden vergeleken met vogels in het wild”. De schrik sloeg me nu echt om het hart, ik zag een succesvol kweekseizoen al in rook opgaan. “Kom eens even mee” zei hij en hij liep naar de achterste schappen in de winkel. “Ik heb precies wat je nodig hebt, hier lees dit eens.” Hij gaf me een doosje met een potje erin. Multi-Vit voor de vogel stond er op. Het bevat 12 verschillende soorten vitaminen waaronder de voor vogels belangrijke vitamine A. Multi-Vit versnelt de rui, bevordert de conditie, geeft een gezonde en glanzende bevedering en vult tekorten aan die kunnen leiden tot vederpikken. “Dit is wat je nodig hebt”. “ En vervolgde hij, “ Heel goed te gebruiken met de probiotica, maar die geef je natuurlijk al” Nu schrok ik echt. “Probiotica, dat geef ik helemaal niet” stamelde ik. Meewarig keek Max mij aan en gaf me een potje. “Tja, als je dat niet hebt gegeven, dan zal de kweek ook maar zo zo zijn, hoe zit het eigenlijk met de mineralen huishouding bij de vogels?” “Hoe bedoel je dat”, vroeg ik.” Nou je weet toch wel hoe belangrijk de calcium fosforverhouding is”, zei hij. Snel pakte hij een grote pot van het schap. “Kijk dit product heeft alles wat een vogel nodig heeft, het bevat 32 bestanddelen, vitaminen, oligo-elementen, soja-eiwitten en plantenextracten en niet te vergeten de sporenelementen. Eindelijk ontmoette ik iemand die er echt verstand van had. “Dit is zo belangrijk”, zei Max. Als je darmtransitie goed is, dan komt dit product rechtstreeks ten goede aan de vogel”. Ik wist helemaal niet wat darmtransitie was, maar wilde me niet helemaal als een onbenul blootgeven. Max had dit door en met een vileine glimlach zei hij. “Je weet toch wel wat darmtransitie is” Eh ja zo’n beetje” zei ik. “Kijk, vervolgde hij’. ”Je kan wel alles aanbieden aan de vogel, maar als het niet door de darmen wordt opgenomen, heeft het helemaal geen zin. Dit is precies wat je nodig hebt”. Hij reikte me een potje aan. Niet goedkoop” zei hij, “Maar ja je wilt toch het beste voor je vogels. Dit middel behoudt het darmevenwicht van de vogel. Het reguleert de transit. Geeft de mest natuurlijke vastheid. Waarborgt een optimale pH-waarde tijdens de vertering. Geeft de darmslijmvliezen een beschermende film. Bevat prebiotica, stimuleert een goede darmflora.”, las ik op de bijsluiter. “Maar ik heb toch al prebiotica” zei ik. Nu keek Max me aan of hij water zag branden. “Nee joh, natuurlijk niet dat zijn probiotica, je weet toch wel het verschil tussen probiotica en prebiotica?”.
Ik deed er het zwijgen toe. Duidelijk was dat ik mijn vogels alle jaren ernstig te kort had gedaan. “Wat voor vogels heb je eigenlijk tegenwoordig?” vroeg Max. “Nou, goudvinken putters en barmsijzen”, zei ik. “Zijn ze goed op kleur?” vervolgde hij. “ Ja best wel”, zei ik. “Want anders kan je dit erbij geven”.
Op het potje stond onder andere “Doch twee unieke natuurlijke substanties geven het immuunsysteem hun "superlading". De eerste is het brilliant-blauwe proteïn Phycocyanin, alleen voorkomend in blauw-groene algen. Phycocyanin werkt als erythropoetin, (EPO). EPO is het hormoon dat het beenmerg reguleert bij de productie van witte bloedlichaampjes.” EPO dat kende ik wel, dat heeft Lance Armstrong ook de Tour de France laten winnen. “Doe het er maar bij”, zei ik. Het tasje was aardig gevuld.” Hoe geef ik al deze middelen?” , vroeg ik. “Gewoon door het eivoer” zei Max. “ Het mag niet door het water, maar ik neem aan dat je wel goed water aan je vogels geeft.”
“Ja “ zei ik “iedere dag vers”. “ Ja maar wat doe je er in, dat is belangrijk” zei Max. “Eeh.. niets” zei ik, “gewoon uit de kraan”. “Doe dit er dan maar bij” zei Max en overhandigde me een flesje. “Iedere dag 2 ml per liter water”. “ Ik geloof dat ik alles heb”, zei ik. Ik kreeg het al warm als ik er aan dacht dat mijn vrouw het bankoverzicht onder ogen kreeg. “Geen zaad vergeten?” vroeg Max. “Nee ik heb nog voldoende mengelingen staan” “Gebruik jij dan gewone mengelingen?” zei Max. “Ja, die heb je me zelf aanbevolen”. “Ja, die zijn wel ok, maar voeg je er dan geen Chiazaden aan toe?” Deze binden het twaalfvoudige van hun eigengewicht aan water. Bij stofwisselingstoornissen wordt snel de kwaliteit en samenstelling van de uitwerpselen verbeterd. Deze mucopolysacchariden vormen ook een soort slijmlaag op de darmwand zodat ziekte veroorzakende bacteriën weinig schade kunnen veroorzaken en het herstel van het darmslijmvlies bij darminfecties bevorderd wordt.” Dit is precies wat ik nog nodig had. Snel liep ik naar de kassa. “Hier dit is van het huis” zei Max en stopte een zakje trosgierst in mijn tas. Ik durfde niet naar het bedrag te kijken, maar tikte snel mijn pincode in. Thuisgekomen maakte ik een perfect eivoer. Alles wat mijn vogels nodig hadden zat er nu in. “Het zal snel een effect hebben” had Max nog gezegd. De volgende morgen ging ik vroeg naar mijn volières, benieuwd of er al iets te zien was aan de conditie van de vogels. Helse schrik……, twee goudvinkpoppen lagen dood op de grond. Was ik dan toch te laat begonnen met ze de juiste voedingssupplementen te geven? Ik kon wel janken. “Mijn mooiste eigen kweekpoppen!”, riep ik uit. Hard werd er aan mijn arm getrokken. “He joh hou eens op!” “Mijn vogels” riep ik. Toen werd ik klaarwakker. “Wat lig je toch te woelen en te praten in je slaap?” zei mijn vrouw. “Ik had een verschrikkelijke nachtmerrie”, stamelde ik. Langzaam kwam ik weer bij mijn positieven. Gelukkig, alles was gedroomd. Dit kon ook alleen maar een droom zijn. Niemand zou het in zijn hoofd halen om zo onverantwoord met zijn vogels om te gaan en ze vol te stoppen met middelen, waar waarschijnlijk alleen de commercie wel bij vaart……
Toch??????
A bad dream
It started to itch again. The breeding season was about to begin, and I could feel that familiar excitement returning. My birds looked in excellent condition. Their eyes were bright and alert, and they were active. Yet, despite all this, a feeling of anxiety began to creep over me. Were they really and truly ready for the breeding season?
There was a pet shop specialising in birds near where I lived. I was practically part of the family there. When I shared my concerns with Max, the owner, he put his finger alongside his nose and his face took a serious expression.
“You know what the problem is,” he said. “We tend to think everything is in order, but quite often it isn't,” he continued. “You have to understand that wild birds naturally get everything they need, but things are very different in for birds in captivity.”
I was hanging on his every word. “Are you saying my birds are missing something?” I asked, alarmed.
“Of course they are,” he replied. “The conditions in your aviary simply aren't ideal compared with those experienced by birds in the wild.”
Now I was genuinely worried. I could already see my hopes of a successful breeding season going up in smoke. “Come with me for a moment,” he said, walking towards the shelves at the back of the shop. “I've got exactly what you need. Here, have a look at this.”
He handed me a small box containing a little pot. The label read Multi-Vit for Birds.
It contained twelve different vitamins, including vitamin A, which is particularly important for birds. Multi-Vit accelerates moulting, improves condition, promotes healthy, glossy plumage and replenishes deficiencies that can lead to feather plucking. “This is exactly what you need,” he assured me. “And,” he continued, “it works very well alongside probiotics, which you're obviously already giving them.”
That really made me jump. “Probiotics? I haven't been giving them any at all,” I stammered.
Max looked at me sympathetically and handed me another little pot.
“Well, if you haven't been giving them that, your breeding results might be rather mediocre too. What about your birds' mineral balance? How is that?” “What do you mean?” I asked. “Surely you know how important the calcium-to-phosphorus ratio is?” He quickly grabbed a large tub from the shelf. “Look, this product contains everything a bird needs. Thirty-two different ingredients, including vitamins, trace elements, soy proteins and plant extracts. And, of course, all the essential minerals.”
At last, I had found someone who really knew what he was talking about. “This is incredibly important,” Max explained. “If your birds' intestinal transit is working properly, this product will benefit them directly.” I had absolutely no idea what intestinal transit meant, but I didn't want to expose my ignorance completely. Max noticed my hesitation and gave me a sly smile. “You do know what intestinal transit is, don't you?” “Well, more or less,” I replied.
“Look,” he continued, “you can offer a bird all the food and supplements in the world, but if its intestines don't absorb them, it's all completely pointless. This is precisely what you need.” He handed me another little pot. “It's not cheap,” he admitted, “but you want the best for your birds, don't you?”
According to the leaflet, the product maintained the bird's intestinal balance, regulated intestinal transit, gave droppings their natural consistency, ensured an optimal pH level during digestion and formed a protective film over the intestinal lining. It also contained prebiotics and stimulated healthy intestinal flora.
“But I've already got prebiotics, haven't I?” I said. Max looked at me as though he'd just seen water turn into fire. “No, mate! Of course you haven't. That's probiotics! Surely you know the difference between probiotics and prebiotics?” I decided to keep quiet. It was becoming painfully clear that I had seriously neglected my birds for all these years.
“What sort of birds do you keep these days?” Max asked. “Well, bullfinches, goldfinches and redpolls,” I replied. “Are they showing good colour?” “Yes, pretty good, actually,” I said. “Because if they aren't, you can give them this as well.”
Among other things, the label stated: “Two unique natural substances give the immune system an extra boost. The first is the brilliant blue protein phycocyanin, found only in blue-green algae. Phycocyanin acts like erythropoietin (EPO). EPO is the hormone that regulates the production of red blood cells in the bone marrow.” EPO was something I knew about. It was what had helped Lance Armstrong win the Tour de France!
“Throw that in as well,” I said. My shopping bag was getting rather full. “How am I supposed to give all these products?” I asked. “Simply mix them into the egg food,” Max replied. “They mustn't be added to the drinking water. But I assume you're giving your birds good-quality water, of course?” “Yes,” I said. “Fresh water every day.” “Yes, but what do you put in it? That's what matters,” Max explained. “Erm… nothing,” I admitted. “Just tap water.” “Then you'd better add this as well,” Max said, handing me a small bottle. “Two millilitres per litre of water, every day.” “I think I've got everything now,” I said. I was already beginning to feel hot just thinking about my wife seeing the bank statement. “Don't forget the seed!” Max called out.
“No, I've still got plenty of seed mixes at home.”
“You're still using ordinary seed? Yes, the ones you recommended yourself.” “Yes, they're all right, but don't you add chia seeds to them?”
He went on to explain that chia seeds could absorb up to twelve times their own weight in water. In cases of metabolic disorders, they could rapidly improve the quality and consistency of the droppings. Their mucopolysaccharides also formed a kind of protective layer along the intestinal wall, reducing the damage caused by pathogenic bacteria and helping the intestinal lining recover from infections.
That was exactly what I needed! I hurried towards the checkout. “Here, this one's on the house,” Max said, slipping a little bag of millet spray into my shopping bag. I didn't dare look at the total. I quickly entered my PIN and paid.
When I got home, I prepared a perfect batch of egg food. Now it contained everything my birds needed. “You'll soon see the results,” Max had assured me. Early the following morning, I headed out to my aviaries, eager to see whether there was already any visible improvement in the birds' condition.
To my absolute horror, two female bullfinches were lying dead on the floor. Had I started giving them the right nutritional supplements too late? I could have burst into tears. “My finest home-bred females!” I cried out. Suddenly, someone grabbed me roughly by the arm.
“Hey! wake up in!”
“My birds!” I shouted. Then I woke up properly.
“What on earth are you doing, tossing and turning and talking in your sleep?” my wife asked. “I've just had a terrible nightmare,” I stammered. Slowly, I came back to my senses.
Thank goodness! It had all been a dream. It could only have been a dream. Surely nobody would ever be so irresponsible as to treat their birds this way, stuffing them full of all sorts of products that probably benefit commercial interests far more than the birds themselves…
Or would they??????
De overval
Een blog geschreven in 201, toe er door Mevrouw Dijksma, de toenmalige minister van landbouw hard werd gewerkt om een positieflijst voor hobbydieren in te voeren
Drie uur in de nacht… Mijn vrouw werd als eerste wakker van ongebruikelijke geluiden bij ons in de straat. Ik slaap wat vaster. Nadat ze me had aangestoten en ik ook wakker werd, hoorde ik het ook. Ik wilde net naar het raam lopen om te kijken wat er aan de hand was, toen er aan de voordeur lang en krachtig werd gebeld.
“Wie kan dat nou zijn” zei mijn vrouw. Ze keek door het raam. “Er staan vier pantserwagens voor de deur… wat kan dat nou zijn”? Weer werd er hard gebeld en op de deur gebonkt. “Ga nou open doen joh”, zei ze, misschien is er wat ernstigs aan de hand. “Ik loop nog in mijn onderbroek hoor” antwoordde ik. Snel liep ik naar de kast om mijn ochtendjas te pakken. Het gebonk was nu heel luid en er werd buiten ook geschreeuwd. Ik haastte me de trap af, maar toen ik halverwege was, was er een oorverdovende klap van versplinterd hout en glas. Daarna nog één en halverwege de trap zag ik de voordeur met veel kabaal uit de scharnieren springen. Vanuit de stofwolken drongen drie soldaten in volledig oorlogstenue de woning binnen. Ze droegen automatische wapens met nachtkijkers en op hun helmen hadden ze laser apparatuur. Plotseling klonk er geschreeuw. “Liggen jij, op de grond. Handen op de rug.” Er scheen een rode laserpunt op mijn borst en in grote angst liet ik mij met mijn borst vooruit op de traptreden zakken. Een van de soldaten rende de trap op en duwde mij hardhandig naar de slaapkamer boven. Mijn vrouw stond te gillen van angst boven aan de trap “Laat mijn man los klojo, wat hebben jullie hier te zoeken”? Ik gebaarde haar om rustig te zijn, met deze mannen viel niet te spotten. Hardhandig werden mijn vrouw en ik op de grond gewerkt. Beiden gilde we het uit van de pijn toen onze polsen met tie-wraps op de rug bij elkaar werden gebonden. “Het moet een misverstand zijn” zei ik tegen mijn vrouw om haar gerust te stellen. “Kop dicht” zei de soldaat en maakte een dreigende beweging met zijn laars. “All clear” klonk het van beneden en ook op de zolderverdieping klonk hetzelfde bericht. De soldaten vatten post naast de slaapkamerdeur en vanuit het niets dook er plotseling nog een persoon op. Hij was duidelijk geen militair, klein van postuur, zwart dun snorretje met een lange zwarte leren jas en een grijze gleufhoed. “Jullie maken een grote fout”, zei ik. “Dit moet een vergissing zijn. Wij zijn geen criminelen of terroristen”. De man glimlachte. “Wij vinden van wel”, zei hij. Hij klopte op een map, die hij in zijn hand had. “Wij zijn hier vanwege een mogelijk delict tegen de Staat der Nederlanden. Wij hebben het recht het hele pand te doorzoeken.” Mijn angst had langzaam plaats gemaakt voor een enorme woede. Wat denken die lui wel. “Je gaat je gang maar”zei ik. “Maar weet wel dat dit voor jullie grote gevolgen zal hebben”. Weer glimlachte de man. “Objecten aangetroffen! klonk het triomfantelijk van boven”. De man draaide zich om op zijn hakken en liep de zoldertrap op”. “Daar zitten alleen maar vogels, idioot.” riep ik hem na. “Precies!”, klonk het van de zoldertrap. Na ongeveer tien minuten kwam de man weer terug. “Ik ga u beiden in hechtenis nemen” zei hij. Achter een verborgen nis hebben wij vogels aangetroffen die niet op de positieflijst voorkomen”.
“Verborgen nis, niks verborgen nis. Dat is een sluis, die voorkomt dat eventueel ontsnapte vogels niet de hele zolder door kunnen vliegen” schreeuwde ik. “Onverstoorbaar ging de man verder en tikte met zijn vinger op een lijst. “Wij hebben aangetroffen: twee koppels zebravinken, deze zijn inheems in Australië en mogen niet in gevangenschap worden gehouden, een koppel baardmannen, zij hebben als biotoop een moerasachtig gebied en zeker geen zolder. Drie koppels genetisch gemanipuleerde bruine sijzen en vijf koppels grote goudvinken, duidelijke hybriden van verschillende goudvinksoorten en dus een ernstige faunavervalsing en al deze vogels staan niet op de positieflijst van het ministerie. Triomfantelijk stak hij de lijst omhoog. “Zoek maar wat persoonlijke zaken bij elkaar, jullie zullen geruime tijd van de staat gaan leven”. Mijn vrouw begon hartverscheurend te huilen. “Dit hadden jullie eerder moeten bedenken” zei de man met een gemene lach op zijn gezicht. “Weg er mee” gebaarde hij naar de militairen die bij de deur stonden. “Maar de vogels dan?” zei ik. “Wie verzorgt die?”. “Die zullen worden afgemaakt” en hij gaf een knikje naar de andere militair die bij de deur stond, die zich naar boven spoedde. Mijn vrouw en ik keken elkaar nog eenmaal aan toen we in gescheiden busjes werden afgevoerd. Ik keek nog een keer om naar de straat waar wij 40 jaar gelukkig met elkaar hadden geleefd en toen werd alles zwart voor mijn ogen…..
Bovenstaand relaas van Manus Mus is natuurlijk een sterk overdreven gedramatiseerde persiflage op de actualiteit. Duidelijk is wel dat de hobby in gevaar is. Andere partijen willen graag wat van het succes en electoraat van de Partij voor de Dieren afsnoepen. Terwijl druk wordt gelobbyd en draagvlak wordt gezocht voor bijvoorbeeld de megastallen en misstanden in de bio-industrie nauwelijks structureel worden aangepakt, richten de pijlen zich wederom op mensen die het leuk vinden om dieren als hobby te houden en te verzorgen. Als straks, door nieuwe wetgeving, het aantal soorten hobbydieren, die mogen worden gehouden, zal worden ingeperkt, dan zal een deel zich weer terugtrekken in de illegaliteit, waardoor malafide handelaren weer vrij spel krijgen. Wij zijn dan weer terug bij de situatie van tientallen jaren geleden. Het woord deregulering is bij de huidige coalitie al lang uit de mode en wordt al geruime tijd niet meer gehoord. Het zijn juist de hobbydieren organisaties, zoals de vogelbonden en de speciaalclubs die een grote bijdrage leveren aan dierenwelzijn. Het jaar 2014 is maar net begonnen. Manus wenst mevrouw Sharon Dijksma heel veel wijsheid toe en vooral dat ze zich eens goed en kritisch zal verdiepen in de schijnargumenten die haar in ondeugdelijke rapporten zijn aangereikt.
Manus Mus
"The Ambush"
A blog post written in 2014, when Ms Sharon Dijksma, the Dutch State Secretary for Economic Affairs with responsibility for agriculture at the time, was working hard to introduce a positive list of animals permitted to be kept by hobbyists.
Three o'clock in the morning…
My wife was the first to wake up, disturbed by unusual noises in our street. I tend to sleep more soundly. After she nudged me awake, I heard them too. I was just about to walk to the window to see what was going on when the doorbell rang long and insistently.
“Who on earth could that be at this hour?” my wife asked. She peered through the window. “There are four armoured vehicles outside our front door… What on earth is going on?” The doorbell rang again, followed by loud banging on the door. “Go and open it!” she said. “Something serious might have happened.” “But I'm only wearing my underpants!” I replied. I hurried to the wardrobe to grab my dressing gown. By now, the banging had become deafening, and I could hear people shouting outside. I rushed down the stairs, but when I was halfway down, there was an ear-splitting crash of splintering wood and breaking glass. Then came another one. Halfway down the staircase, I watched in horror as the front door was blasted off its hinges with an almighty crash.
Through clouds of dust, three soldiers in full combat gear stormed into the house. They were carrying automatic weapons fitted with night-vision equipment, and laser devices were mounted on their helmets. Suddenly, someone shouted: “Get down! On the floor! Hands behind your back!” A red laser dot appeared on my chest. Terrified, I threw myself forward onto the stairs, landing chest-first on the steps.
One of the soldiers charged up the stairc ase and roughly shoved me towards the bedroom upstairs. At the top of the stairs, my wife was screaming in terror. “Let my husband go, you idiot! What do you think you're doing here?”I gestured for her to stay calm. These men were clearly not to be trifled with. My wife and I were both roughly forced to the floor. We screamed in pain as our wrists were fastened together behind our backs with plastic cable ties.
“This must be a misunderstanding,” I said to reassure her. “Shut up!” the soldier barked, making a threatening gesture with his boot. “All clear!” came a shout from downstairs. The same message was then called out from the attic. The soldiers took up positions beside the bedroom door. Then, seemingly out of nowhere, another person appeared. He was clearly not a soldier. He was short, with a thin black moustache, a long black leather coat and a grey trilby hat. “You're making a terrible mistake,” I told him. “This has to be a misunderstanding. We're not criminals or terrorists!”
The man smiled.
“We beg to differ,” he replied. He tapped the folder he was holding. “We are here in connection with a possible offence against the State of the Netherlands. We have the legal authority to search this entire property.” My fear was slowly giving way to overwhelming anger. Who did these people think they were? “Go ahead, then,” I said. “But you should understand that there will be serious consequences for you.”
The man smiled again. “Objects discovered!” came a triumphant shout from upstairs. He spun around on his heels and headed for the attic staircase. “There's nothing up there but birds, you idiot!” I shouted after him. “Exactly!” came the reply from the attic stairs. About ten minutes later, the man returned.
“I am placing both of you under arrest,” he announced. “Behind a concealed partition, we have discovered birds that do not appear on the approved list.” “Concealed partition? There's nothing concealed about it! It's an airlock, designed to prevent any birds that might escape from flying all over the attic!” I shouted. The man continued without batting an eyelid, tapping his finger against a list.
“We have found two pairs of zebra finches. These birds are native to Australia and are not permitted to be kept in captivity. One pair of bearded reedlings, whose natural habitat is marshland, certainly not an attic. Three pairs of genetically modified brown siskins, and five pairs of Eurasian bullfinches, clearly hybrids of different bullfinch species and therefore a serious case of faunal contamination.”
He paused for effect. “None of these birds appears on the Ministry's positive list.” Triumphantly, he held up the document. “Pack a few personal belongings. You will be living at the state's expense for quite some time.” My wife burst into heartbroken sobs. “You should have thought of that earlier,” the man said with a malicious grin. He gestured towards the soldiers standing by the door.
“Get them out of here!”
“But what about the birds?” I asked. “Who's going to look after them?”
“They will be destroyed,” he replied. He nodded to another soldier, who hurried upstairs.
My wife and I exchanged one last glance as we were led away in separate vans. I looked back at the street where we had lived happily together for forty years.
Then everything went black…
The above post by Manus Mus is, of course, a grossly exaggerated and dramatised satire on current events.
Nevertheless, it is clear that our hobby is under threat.
Other political parties would love to take a share of the success and electorate of the Party for the Animals. While intensive lobbying is taking place to build support for developments such as giant livestock farms, and serious abuses in industrial animal farming remain largely unaddressed in any structural way, the spotlight is once again being turned on people who enjoy keeping and caring for animals as a hobby.
If new legislation eventually restricts the number of animal species that hobbyists are allowed to keep, some enthusiasts will inevitably retreat into illegality. This would once again give unscrupulous traders free rein, taking us straight back to the situation we faced decades ago.
The word deregulation has long since disappeared from the vocabulary of the current coalition government. It is a term we have not heard for quite some time.
Yet it is precisely the organisations representing hobby animal keepers, such as bird-keeping federations and specialist clubs, that make a major contribution to animal welfare.
The year 2014 has only just begun. Manus would like to wish Ms Sharon Dijksma every success in making wise decisions. Above all, he hopes she will take the time to examine critically the dubious arguments presented to her in poorly substantiated reports.
Manus Mus
De buurjongen
Maandelijkse Mijmeringen van Manus Mus
De zaterdag is traditioneel een dag waarop de volières worden gekuist. Voerlaatjes met heet water en zeep wassen. Mest onder de zitstokken opruimen, enfin ik hoef u dit natuurlijk allemaal niet te vertellen. Eigenlijk is het gek dat ik dit nog steeds op zaterdag doe. Ik ben inmiddels al 5 jaar met pensioen, dus zou het elke dag in de week kunnen. Maar ja de mens is nu eenmaal een gewoonte dier. “Hallo buurman” klonk het vanachter het tuinhek, “ wat ben je aan het doen?” Onze buurjongen, Wouter, stond voor het hek. Wouter is zeven jaar en voor zijn leeftijd een heel slim ventje. “ Ik ben de volières aan het schoonmaken zei ik, kom je helpen?” Wouter trok een wijs gezicht en zei “ Mijn vader zegt dat vogels buiten horen te vliegen en niet in een kooitje.” Tja een heleboel stekeligheden flitsen dan door je hoofd. Zo van “Ja, dat vindt hij zeker ook van jullie rotkat, die de hele buurt tot overlast is”. Of ”misschien kan je vader zelf eens wat meer tijd buiten door brengen om bijvoorbeeld iets aan de gezamenlijke voortuin te doen. “ Maar je afreageren op zo’n mannetje is natuurlijk ongepast. Onze buren worden in de wijk “”de alternatievelingen” genoemd. Ze hechten niet aan materiële zaken. Hun huis is volgens gangbare begrippen een puinhoop. De tuin is een woestenij van alles wat er maar in wil groeien of gedumpt wordt en op zomerse dagen zie ik hem nog steeds in hetzelfde sportbroekje lopen dat we al 22 jaar kennen zo lang we buren zijn. De kat is inderdaad een crime, een ongecastreerde kater , die Jos heet maar door de wijk Hitler wordt genoemd, vanwege zijn zwarte snorretje en het zwarte driehoekje op zijn kop. Een buurvrouw, die voordat ze in de bus stapte om naar haar werk te gaan, nog snel een vuilniszak uit de tuin in de kliko gooide, moest halverwege de busreis rechtsomkeert maken omdat het sproeivocht van Hitler via de vuilniszak op haar kantooroutfit terecht was gekomen. De plaats naast haar bleef door de lucht die ze bij zich droeg leeg, dat wel. Wouter bleef me vragend aankijken, kennelijk vond hij wel dat ik een kans verdiende om mijn abjecte hobby nog enigszins te rechtvaardigen. “Ja” , zei ik ‘’ ik vind vogels in de natuur ook leuk, maar ik vind het ook leuk om vogels van dichtbij te kunnen zien, ze goed te verzorgen en te proberen jongen te krijgen. “Heb jij wel eens een nest met jonge vogels van dichtbij gezien?” vroeg ik. “Nee, dat niet” zei hij. “Nou kom dan eens kijken”. Even zag ik een aarzeling, misschien vond hij het toch een beetje verraad aan zijn vader. “OK “zei hij, en deed het tuinpoortje open. De eerste nesten met kruisbekken waren goed gevuld. Ik haalde een nestje tevoorschijn en liet het hem zien. “Oh, wat klein” zei hij. “”Mag ik ze aanraken?”. Nee dat liever niet”, zei ik. “Als ze wat groter zijn wel”. “” Zijn die vogels ziek?” zei hij en wees op de pop die het vanaf de zitstok gadesloeg en het allemaal maar niets vond. “Nee, hoe bedoel je?”, vroeg ik. “ Nou ze hebben toch een hele rare snavel” Ik legde uit dat dit een trucje was van de natuur om de zaden tussen de schubben van de dennenappels er makkelijk uit te kunnen halen. Ik had heel duidelijk zijn belangstelling gewekt en hij vroeg honderd uit. Ik moest ook alle namen zeggen van de vogels die in de kweekboxen zijn gehuisvest en hij probeerde ze te onthouden. “Als er van de andere vogels ook jongen zijn, mag ik dan nog eens komen kijken?” “Natuurlijk je mag altijd binnen komen als ik in de volières bezig ben, antwoordde ik. “”Wouter…”, klonk het vanaf de straat. “Opschieten je moet naar judo”. De buurvrouw stond voor de poort. “Ik moet weg “, zei Wouter “naar judo…”. Aan zijn gezicht te zien had hij nog wel even willen blijven. “Nou tot ziens dan” zei ik. Hij liep vlug het pad af naar zijn moeder. Halverwege kwam hij terug. “Wat mijn vader zegt over vogels in de vrije natuur is wel waar, maar ik denk dat ze het bij u eigenlijk net zo goed naar hun zin hebben. “ Mijn dag kon hierna niet meer stuk.
Manus Mus's Monthly Musings
Saturday is traditionally the day I clean my aviaries. Washing the feeding trays with hot water and soap, clearing away the droppings beneath the perches… well, I hardly need to explain all this to you, of course. Actually, it is rather strange that I still do all this on a Saturday. I have been retired for five years now, so I could just as easily do it on any other day of the week. But then again, human beings are creatures of habit.
“Hello, neighbour!” came a voice from behind the garden gate. “What are you up to?” Our young neighbour, Wouter, was standing at the gate. Wouter is seven years old and a very bright little lad for his age. “I’m cleaning the aviaries,” I replied. “Would you like to give me a hand?”
Wouter put on a wise expression and said, “My dad says birds belong flying around outside, not locked up in cages.”
Well, a whole string of sarcastic replies immediately flashed through my mind. Something along the lines of, “Yes, and I suppose he thinks the same about your horrible cat, which is a nuisance to the entire neighbourhood.”
Or perhaps, “Maybe your dad could spend a little more time outdoors himself, doing something useful, like helping to maintain our shared front garden.”
But taking out my frustrations on a little boy like that would obviously have been inappropriate. Our neighbours are known around the neighbourhood as “the alternative types”. Material possessions mean very little to them. By conventional standards, their house is an absolute tip. Their garden is a wilderness of whatever happens to grow there or gets dumped there. And on hot summer days, I still see him walking around in the same pair of sports shorts he has been wearing for as long as we have been neighbours — twenty-two years!
Their cat really is a menace. He is an unneutered tomcat called Jos, although people in the neighbourhood refer to him as Hitler because of his little black moustache and the black triangular marking on his head. One of our female neighbours once threw a rubbish bag from her garden into the wheelie bin just before catching the bus to work. Halfway through her journey, she had to turn around and go straight home because Hitler had sprayed the bag, and the foul-smelling liquid had somehow found its way onto her smart office clothes.
At least the seat next to her remained empty for the rest of the journey, thanks to the smell she was carrying around with her!
Wouter continued to look at me expectantly. Apparently, he felt I deserved a chance to justify my rather objectionable hobby, at least to some extent. “Well,” I said, “I enjoy watching birds in the wild too, but I also like being able to see them up close, look after them properly and try to breed them. Have you ever seen a nest full of baby birds at close quarters?” I asked.
“No, I haven’t,” he replied. “Well, come and have a look, then.”
For a moment, I noticed some hesitation. Perhaps he felt that accepting my invitation would somehow be a betrayal of his father's principles. “Okay,” he said, opening the little garden gate.
The first nests of the crossbills were already full of chicks. I carefully took out one of the nests and showed it to him. “Oh, they're so tiny!” he exclaimed. “Can I touch them?” “Better not,” I replied. “Perhaps when they're a little bigger.”
“Are those birds ill?” he asked, pointing at the female, who was watching us from her perch and clearly disapproved of the whole affair. “No, why do you ask?” I replied. “Well, they've got really strange beaks, haven't they?”
I explained that nature had given them this unusual feature so they could easily extract seeds from between the scales of pine cones. It was obvious that I had captured his interest. I also had to tell him the names of every bird housed in the breeding cages, and he did his best to remember them all. “When the other birds have babies too, can I come and see them again?” “Of course! You're always welcome to come in whenever I'm working in the aviaries,” I assured him.
“Wouter!” a voice called from the street. “Hurry up! You have to go to judo!”
His mother was standing at the gate. “I have to go,” Wouter said. “I've got judo…” Judging by the look on his face, he would happily have stayed a little longer. “Well, see you next time, then,” I said.
He hurried down the garden path towards his mother. But halfway there, he turned around and came back.
“What my dad says about birds belonging in the wild is true,” he said, “but I think your birds are actually just as happy here with you.”
After that, nothing could spoil my day.
Toon Hermans
Maandelijkse Mijmeringen van Manus Mus
Vrijdagmorgen, heerlijk genietend van een kopje koffie. Mijn vrouw kwam de trap afgelopen "Heb je dat
gezien, er staat al een hele tijd een kerel aan het hek de tuin in te turen" De krakeling waar in net een
hap had uitgenomen schoot gedeeltelijk het verkeerde keelgat in. "Wat voor vent?" proestte ik. "Hoe
lang staat hij daar al?". "Een minuut of vijf" zei mijn vrouw. De vele berichten van vogeldiefstal flitsten
over mijn netvlies. Iemand die het allemaal op op zijn gemak staat te nemen om vervolgens 's nachts zijn
slag te kunnen slaan? Mooi niet, Ik maakte de schuifpui open en liep achterom het tuinpad op.......
Niemand te bekennen. Snel rende ik het tuinpad af om nog een glimp van de gluurder te kunnen zien.
Toen hoorde ik de bel. De man was naar voordeur gelopen en had aangebeld. Het was een rijzige
gestalte, compleet met lange beige regenjas en leren aktetas. Een beetje en vijftiger jaren outfit. Bij mijn
vader en moeder kwamen dit soort types regelmatig aan de deur voor het verkopen van encyclopedieën
en verzekeringen. Ik liep tot een meter achter hen en zei met barse stem "kan ik u ergens mee helpen?"
Even zag ik hem schrikken, maar hij herstelde zich snel. "Goede morgen", zei hij. "De naam is
Opdebeker". Meteen dacht ik "Die naam komt me heel bekend voor, niet echt een naam die je iedere
dag hoort. "Ik ben van de VWA", vervolgde hij. "Dan kunt u zich vast wel legitimeren", zei ik bijdehand.
Hij glimlachte schuchter en maakte het slot van de leren aktentas open. Hij haalde er een kalfsleren
mapje uit en klapte het open. Ik stak mijn hand uit om het aan te pakken. Hij aarzelde even, maar gaf
het toch uit handen. In een oogopslag had ik gezien dat dit helemaal echt was, maar nam toch de tijd
om het, quasi interessant, goed te bestuderen. "En, meneer Opdebeker, wat kan ik voor u doen?" zei ik.
"Ja" zei hij, "ik wilde even bij uw vogels kijken" "Gezellig" zei ik "er komen regelmatig vogelliefhebbers
over de vloer. "Ja" vervolgde hij, dit heeft toch iets van een officieel karakter. Ik zag dat hij er van genoot
iets van zijn autoriteit te herpakken. "Nou laten we dan maar omlopen", zei ik. "Een ding, ik ga beslist
geen vogels uitvangen, de meeste koppels zitten op eieren of hebben jongen.". "Nee hoor dat hoeft
niet" en hij klopte veelbetekenend op zijn aktetas. Bij de volières aangekomen besloot ik zelf geen enkel
initiatief te nemen en nam plaats op een tuinstoel. Opdebeker staarde de volières in. "Mooie vogels" zei
hij, "zien er goed en gezond uit". "Allemaal zelf gekweekt?". Even ging het door mijn hoofd om te zeggen
"ja en een paar gevangen", maar ik vermoedde dat dhr. Opdebeker niet echt gevoel voor humor had en
zei "de meeste zijn vogels uit eigen kweeklijnen, er zijn er een paar van bevriende kwekers. "Ik had graag
zelf een volière willen hebben" zei hij met een zucht. "Maar mijn vrouw kan er niet tegen, allergies, heel
jammer. Na een poosje staren in de volières draaide hij zich om. "Ik heb genoeg gezien, ik dank u voor
de gastvrijheid" ineens realiseerde ik me dat ik helemaal niet gastvrij was, in tegendeel zelfs. Die man
deed tenslotte alleen maar zijn werk. "Wilt u misschien een kopje koffie?" "Nou graag een andere keer,
ik heb nog een aantal andere afspraken" zei hij. "Kom gerust nog een keer langs, als u zin heeft" zei ik.
"Misschien een keertje niet officieel in functie, dan kunnen we misschien een keertje uitgebreider over
de vogels praten" "Dat zou leuk zijn" zei Opdebeker. "Ik ga er nu vandoor, bewaar wel de
bezitsontheffing van die twee ongeringde sijzen goed" Ik was met stomheid geslagen. Eerlijk gezegd had
ik geen hoge pet op van het inspectiebezoek. De twee ongeringde sijzen hadden zich de hele tijd achter
in de volière opgehouden. Zelf had ik ze helemaal niet gezien en inderdaad ik had een bezitsontheffing
voor deze vogels. Samen liepen we naar het tuinhek en schudden elkaar de hand. "Nou tot ziens dan
maar" zei ik. "Ja tot ziens" zei Opdebeker. Terwijl hij wegliep draaide hij zich nog een keer om. "Kweekt u
helemaal geen mussen?" Zei hij met een glimlach van oor tot oor. "Dat heb ik wel gedaan" zei ik
lachend, maar deze vogels zijn zo'n 30 en 35 jaar geleden al uitgevlogen en beiden zijn inmiddels goed
geringd. Hij stak zijn hand op bij wijze van groet en stapte in de auto. "dat was dhr. Opdebeker" zei ik
tegen mijn vrouw, die ik al een paar keer heel nieuwsgierig voor de schuifpui had zien staan.
"Opdebeker?" zei mijn vrouw "die van mevrouw Hak en loofhutjes van Toon Hermans?" Ineens wist ik
het weer, Opdebeker was een naam in de geweldige conference van Toon Hermans waar hij als
voorzitter van "Ons Genoegen" de namen van de nieuwe leden opnoemde. Mijn vrouw die dit soort
dingen beter kan onthouden, begon met een imitatiestem van Toon de namen op te noemen "mevrouw
Peper, mevrouw Zwaarmakers, mevrouw Opdebeke, mevrouw Stip, mevrouw Hak, mevrouw Loofhutjes
" etc. Samen proestten we het uit